Spelregels en tips

Hieronder de poolregels en termen.

8 BALL
is het meest gespeelde spel onder recreanten: 1 speler heeft de effen ballen, de andere speler de gestreepte ballen en beiden de zwarte bal (nr 8) als laatste.

Begrippen

heel de effen ballen
half de gestreepte ballen
potten het wegspelen van een bal in een pocket
racken het neerleggen van de ballen in de beginpositie, zo strak mogelijk tegen elkaar
break afstoot
callen voor de stoot aangeven welke bal in welke pocket gaat
open tafel betekent dat er nog niet bepaald is welke speler half of heel heeft
ballinhand Dit heb je als je tegenstander een foul maakt en het wil zeggen dat je de witte bal overal neer
mag leggen waar je wil. De regel dat je 2x mag spelen na een foul wordt veel gespeeld onder
recreanten maar is geen officiële regel. Uitzondering op de regel: Na een foul bij de break heb je
ballinhand achter de koplijn. Je mag de witte bal dan op of achter de lijn leggen en de witte bal
moet over de lijn zijn voor hij een bal raakt

foul: Een fout waarna je tegenstander ballinhand heeft.
Fouls zijn o.a.:
met
de witte bal geen andere bal raken
met
de witte bal als eerste een bal van je tegenstander raken
met
de witte bal als eerste de zwarte bal raken
een
bal van tafel af spelen (anders dan in een pocket)
een
bal aanraken met handen, kleding, etc..
en
de meest ingewikkelde foul:
Als je geen bal pot, dan moet, nadat de witte bal een andere bal geraakt heeft, 1 van de ballen op
tafel (wit of gekleurd) nog een band raken. Gebeurt dit niet, dan is dat ook een foul. Deze regel is
om de voorkomen dat heel makkelijk safetyshots
gespeeld kunnen worden.

Het spel

De ballen worden gerackt. Daarbij moet de voorste bal op de spot (niet de zwarte) en de 2 hoekballen mogen niet allebei half of allebei heel zijn. De rest maakt niet uit. Alle ballen moeten zo strak mogelijk tegen elkaar aan liggen. Ze worden dan beter verspreid bij de break.

image03

Een speler stoot af. Wordt er een bal gepot bij de break, dan mag hij/zij doorgaan. Als de zwarte
bal gepot wordt tijdens de break, dan komt deze terug op spot en mag de speler die afgestoten
heeft, gewoon doorgaan.
Na de break is de tafel altijd nog “open”. Er is pas bepaald wie half of heel heeft bij de eerste
correct gepotte bal na de break. Zolang de tafel nog open is, mag je een halve bal via een hele
potten of andersom. Je mag niet de zwarte als eerste raken.
Als de tafel niet meer open is, moet je één van je eigen ballen als eerste raken, anders maak je
een foul. Je mag wel een bal van jezelf potten via een andere bal van jezelf, maar dit moet je wel
“callen” dan.
8ball
is een callspel.
Dat houdt in dat je aan moet geven welke bal in welke pocket gaat. In de
praktijk gebeurt dat alleen als het niet overduidelijk is. Geluksballen blijven wel weg, maar de
beurt is over.
Een bal van je tegenstander potten is geen foul, zolang je je eigen bal maar als eerste heb
geraakt. Als je correct een bal van jezelf pot en in dezelfde beurt per ongeluk ook eentje van je
tegenstander, blijf je zelfs gewoon aan de beurt.
Als alle ballen van je eigen soort weg zijn, ga je proberen de zwarte bal te potten. Deze mag
overal en hoeft niet, zoals veel mensen denken, in de tegenovergestelde pocket van de
voorafgaande bal. Gaat de zwarte bal in een verkeerde (niet bedoelde) pocket, dan verlies je de
game.
Ook verlies je als:
je
de zwarte bal pot en in dezelfde beurt een foul maakt (bijvoorbeeld witte bal van tafel).
je
de zwarte bal voortijdig pot. (als je nog halve of hele ballen op tafel hebt).
Bij het volgende spel breakt de winnaar van het voorafgaande spel.
9 BALL
Dit spel is erg populair onder de competitiespelers en gaat meestal wat sneller dan 8ball.
Er
wordt gespeeld met 9 genummerde ballen die op volgorde weggespeeld moeten worden. De
speler die de laatste bal (9) pot, is de winnaar.
begrippen:
potten: het wegspelen van een bal in een pocket
racken: het neerleggen van de ballen in de beginpositie, zo strak mogelijk tegen elkaar
break: afstoot
callen: vooraf aangeven welke bal in welke pocket gaat
push: mag in de eerste beurt na de break gespeeld worden. (zie verderop)
ball in hand:
Dit heb je als je tegenstander een foul maakt en het wil zeggen dat je de witte bal overal neer
mag leggen waar je wil. De regel dat je 2x mag spelen na een foul wordt veel gespeeld onder
recreanten maar is geen officiële regel.
foul:
Een fout waarna je tegenstander ballinhand
heeft.
Fouls zijn o.a.:
met
de witte bal geen andere bal raken
met
de witte bal niet het eerst de laagst genummerde bal raken
een
bal van tafel af spelen (anders dan in een pocket)
een
bal aanraken met handen, kleding, etc..
en
de meest ingewikkelde foul:
Als je geen bal pot, dan moet, nadat de witte bal een andere bal geraakt heeft, 1 van de ballen op
tafel (wit of gekleurd) nog een band raken. Gebeurt dit niet, dan is dat ook een foul. Deze regel is
om de voorkomen dat heel makkelijk safetyshots
gespeeld kunnen worden.

Het spel:
Er wordt gerackt in een ruitvorm, met de 1 op de spot en de 9 in het midden. (zie plaatje).
image04
Bij de break moet de 1 als eerste geraakt worden. Wordt er een bal gepot bij de break, dan mag die speler doorgaan. De bal met het laagste nummer moet altijd als eerste geraakt worden. Het maakt niet uit welke bal er dan gepot wordt, je mag dus combinaties spelen. Hierbij tellen geluksballen ook, zolang je maar de laagste bal als eerste raakt. Soms is het moeilijk of onmogelijk om na de break de 1 als eerste te kunnen raken. Daarom mag in de eerste beurt na de break een “push” gespeeld worden. Je hoeft dan de 1 niet te raken. Je hoeft zelfs geen enkele bal of band te raken, maar je tegenstander mag daarna beslissen wie de volgende beurt neemt. Het is dus de kunst om hem niet te makkelijk neer te leggen, maar ook weer niet te moeilijk want dan krijg je de beurt alsnog gewoon terug. Als je een pushout gaat spelen, moet je dit vooraf aangeven door “push” of “pushout” te zeggen.

De speler die de 9 weet te potten, wint de game. Dat is meestal de laatste bal op tafel, maar het
mag ook via een combinatie of zelfs al bij de afstoot, zolang de laagste bal maar als eerste
geraakt is. Een “9ballbreak”
komt in de competities regelmatig voor. Als de 9 gepot wordt en in
dezelfde beurt wordt een foul gemaakt, dan komt de 9 terug op de spot en heeft de tegenstander
ballinhand.
Je verliest een game als je in drie opeenvolgende beurten een foul maakt. Voorwaarde daarvoor
is wel dat de tegenstander “tweede foul” moet zeggen tussen je 2e en 3e beurt.
14.1 OF STRAIGHT POOL
Wordt meestal gespeeld in de hogere competitieklasses.
Bij dit spel is elke bal 1 punt waard. Er
wordt gespeeld tot een vooraf afgesproken aantal punten, meestal 50, 75, 100 of 125.
De speler die het eerste zoveel punten heeft, is de winnaar.
begrippen:
potten: het wegspelen van een bal in een pocket
racken: het neerleggen van de ballen in de beginpositie, zo strak mogelijk tegen elkaar
break: afstoot
callen: vooraf aangeven welke bal in welke pocket gaat
Fouls:
De regels voor fouls zijn bij straight pool erg verschillend van die bij 8ball
en 9ball.
Een foul bij
straightpool
levert geen “ballinhand”
op voor de tegenstander, maar kost 1 punt aftrek bij de
speler die de foul maakt. De witte bal blijft dan gewoon liggen waar hij lag. Als de witte bal gepot
wordt of van tafel af gespeeld, mag de tegenstander hem op of achter de lijn leggen. De witte bal
moet dan eerst over de lijn gespeeld worden voordat hij een andere bal raakt.
Fouls zijn o.a.:
met
de witte bal geen andere bal raken
een
bal van tafel af spelen (anders dan in een pocket)
een
bal aanraken met handen, kleding, etc..
en
de meest ingewikkelde foul:
Als je geen bal pot, dan moet, nadat de witte bal een andere bal geraakt heeft, 1 van de ballen op
tafel (wit of gekleurd) nog een band raken. Gebeurt dit niet, dan is dat ook een foul. Deze regel is
om de voorkomen dat heel makkelijk safetyshots
gespeeld kunnen worden.

Als een gekleurde bal van tafel af gespeeld wordt (anders dan in een pocket), komt deze terug
op de voetspot of in een rechte lijn erachter als de voetspot bezet is.
Het spel:
De 15 ballen worden in de driehoek gerackt in willekeurig volgorde. De voorste bal komt op de
spot.

Bij de break moeten minimaal 2 gekleurde ballen een band raken. Gebeurt dit niet, dan levert dat
2 strafpunten op en begin je dus op 2.
Hard breaken heeft geen nut omdat bij straight pool
gecalled moet worden (tenzij het overduidelijk is) en geluksballen dus niet tellen. Meestal wordt
bij de break één van de hoekballen aangespeeld.
Een correct gepotte bal levert 1 punt op en je mag doorspelen. Combinaties (een bal potten via
een andere bal) zijn toegestaan maar moeten wel gecalled worden.
Geluksballen tellen in principe niet. Een verkeerd gecallde bal komt terug op de voetspot of in een
rechte lijn daarachter als er geen plaats voor is. Uitzondering is als dit een per ongeluk extra
gepotte bal is. Dus als je 2 of meer ballen pot waarvan eentje de bedoeling was. Je krijgt daar
ook die extra punten voor.
Als er nog 1 gekleurde bal op tafel over is, dan worden de andere 14 opnieuw gerackt, met uitzondering van de voorste bal. De voetspot blijft dus leeg. (zie afbeelding)
image05

Daarna mag de speler die aan de beurt was, weer verder spelen. Het doel is om dan de laatst
overgebleven bal te potten en in dezelfde beurt met de witte bal het pack (de gerackte ballen)
open te schieten, zodat je door kunt gaan met ballen potten. Op lagere niveau’s lukt dat niet zo
vaak, op hogere niveau’s wel regelmatig of vaak.
Maak je in drie opeenvolgende beurten een foul, dan krijg je 15 strafpunten. (17 met die twee
eerste fouls mee). Voorwaarde is, net als bij 9ball,
dat de tegenstander tussen je 2e en 3e beurt
aan moet geven dat je al op twee fouls staat door “2e foul” te zeggen.
Als de laatste bal op tafel in de weg ligt om de andere ballen opnieuw te kunnen racken, dan
komt deze op de hoofdspot.